**1..** Een subsidieverlening kan, naast de in artikel 4:35 van de wet genoemde weigeringsgronden, worden geweigerd, als:
de aanvrager geen rechtspersoonlijkheid heeft;
de activiteit(en) waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet passen binnen het beleid van de gemeente;
de activiteit(en) waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet ten goede zullen komen aan de inwoners van de gemeente;
de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd naar het oordeel van het college onvoldoende draagvlak heeft.
e de kosten van de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet in redelijke verhouding staan tot het te verwachten effect van de activiteit.
de aanvrager van een subsidie naar het oordeel van het college in onvoldoende mate een maatschappelijke bijdrage (tegenprestatie) binnen het sociaal domein levert. Deze weigeringsgrond is voor structurele subsidies en budgetsubsidies van toepassing met ingang van het subsidiejaar 2017;
de aanvrager ook zonder subsidieverlening over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden, kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken;
de aanvrager van een subsidie niet aantoonbaar heeft getracht een andere wijze van dekking van de kosten te realiseren;
de aanvrager die activiteiten aanbiedt gericht op jeugdigen zich niet heeft geconformeerd aan de Meldcode Kindermishandeling;
ten behoeve van de activiteit (pilot) waarvoor een incidentele subsidie wordt aangevraagd door het college reeds voor 2 achtereenvolgende jaren subsidie is verstrekt.
en voor zover een subsidieplafond wordt overschreden.
**2..** De subsidieverlening kan geweigerd worden, indien in het aanbod van de activiteiten van de aanvrager naar het oordeel van het college in de gemeente reeds in voldoende mate wordt voorzien.