Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 7.

De hoogte van de eigen bijdrage

Onderdeel van Besluit eigen bijdragen en financiële tegemoetkomingen maatschappelijke ondersteuning

1.. Voor een voorziening is geen eigen bijdrage verschuldigd indien: de voorziening een rolstoelvoorziening is; de voorziening een verhuiskostenvergoeding is; de voorziening in aanschaf minder dan € 300,00 kost; het een vergoeding van onderhoud, keuring en reparatie betreft; de aanvrager een ongehuwde persoon ouder dan 18 jaar en jonger dan 65 jaar is en zijn inkomen lager is dan € 16.137,00; de aanvrager een ongehuwde persoon ouder dan 65 jaar is en zijn inkomen lager is dan € 14.162,00; de aanvrager gehuwd is, beide partners ouder dan 18 jaar zijn en jonger zijn dan 65 jaar of één van beide partners jonger is dan 65 jaar en het gezamenlijke inkomen lager is dan € 20.810,00; de aanvrager gehuwd is, beide partners ouder zijn dan 65 jaar en het gezamenlijk inkomen lager is dan € 19.837,00. 2.. De eigen bijdrage dan wel eigen aandeel in de kosten voor een voorziening, niet zijnde een voorziening als genoemd in lid 1 onder a en b, bedraagt per vier weken: voor de ongehuwde persoon ouder dan 18 jaar en jonger dan 65 jaar een dertiende deel van 15% van het verschil tussen zijn inkomen en het bedrag genoemd in het eerste lid, onder c; voor de ongehuwde persoon ouder dan 65 jaar een dertiende deel van 15% van het verschil tussen zijn inkomen en het bedrag genoemd in het eerste lid, onder d; voor gehuwde personen indien beide partners ouder zijn dan 18 jaar en jonger zijn dan 65 jaar of één van beide partners jonger is dan 65 jaar een dertiende deel van 15% van het verschil tussen het gezamenlijke inkomen en het bedrag genoemd in het eerste lid, onder e; voor gehuwde personen die beiden 65 jaar of ouder zijn een dertiende deel van 15% van het verschil tussen het gezamenlijke inkomen en het bedrag genoemd in het eerste lid, onder f. 3.. Indien de voorziening bestaat uit het verschaffen in eigendom van een roerende woonvoorziening dan wel een bouwkundige of woontechnische aanpassing van een woning die in eigendom is van de aanvrager, kan gedurende maximaal negenendertig perioden van vier weken een eigen bijdrage in rekening worden gebracht dan wel bij de vaststelling van de hoogte van de financiële tegemoetkoming gedurende maximaal die periode een met toepassing van de daarvoor geldende regels berekende bedrag in mindering worden gebracht. 4.. De verschuldigde eigen bijdrage kan nooit meer bedragen dan de kosten van de voorziening. 5.. Voor de toepassing van dit artikel wordt een wijziging in de burgerlijke staat van de ongehuwde persoon of gehuwde personen en het bereiken van een van belang zijnde leeftijd van één van deze personen in aanmerking genomen met ingang van de datum waarop die wijziging plaatsvindt.

Rechtspraak bij dit artikel