Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.5.

Moment van indiening van de aanvraag om bijzondere bijstand

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2015 Stede Broec

Vindplaats: Kluwer Schulink Grip op Participatiewet hoofdstuk 6 Bijzondere bijstand; paragraaf 1 onder 3 In beginsel verbiedt artikel 44, lid 1 Participatiewet bijstandsverlening vanaf een eerdere datum dan de datum waarop belanghebbende zich heeft gemeld voor de aanvraag. Dit verbod op bijstandsverlening met terugwerkende kracht geldt ook voor bijzondere bijstand De enkele omstandigheid dat vooraf niet bekend is hoe hoog de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd zullen uitvallen, vormt geen beletsel om een aanvraag om bijzondere bijstand in te dienen voordat die kosten worden gemaakt en vormt daarom geen bijzondere omstandigheid die noopt tot bijstandsverlening met terugwerkende kracht. Onder omstandigheden is bijstandsverlening met terugwerkende kracht wel mogelijk. Uit artikel 43 lid 1 WWB voortvloeit dat in beginsel geen bijzondere bijstand wordt verleend voor kosten die zijn opgekomen voor de datum waarop de aanvraag om bijstand is ingediend, tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen. Bij de beantwoording van de vraag of er sprake is van een aanvraag tot bijstandsverlening met terugwerkende kracht, dient het college zich een oordeel te vormen over de vraag op welk tijdstip de kosten gemaakt zijn. Het tijdstip waarop de kosten gemaakt zijn wordt niet bepaald door de facturatiedatum (het tijdstip waarop de rekening gepresenteerd wordt) maar door het tijdstip waarop de kosten zijn opgekomen. Een aanvraag om bijzondere bijstand moet ingediend worden vóór het moment waarop de kosten worden gemaakt. Het college is dan in staat om zijn eigen onderzoek naar de (medische) noodzaak in te stellen zonder voor een voldongen feit te worden gesteld. Een belanghebbende dient te wachten op een beschikking van het college (besluit op de aanvraag) omtrent het al dan niet vergoeden van de kosten. Het op eigen initiatief kosten maken, zonder dat er een beslissing van het college van burgemeester en wethouders aan ten grondslag ligt, wordt gezien als de eigen verantwoordelijkheid van de belanghebbende. Een uitzondering wordt gemaakt als de te maken kosten onder de € 25,00 blijven. De aanvraag kan dan eens per jaar worden ingediend en wel uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de kosten zijn gemaakt. Voor sommige kosten is het niet mogelijk om vooraf een aanvraag in te dienen. Een voorbeeld hiervan is de eigen bijdrage in het kader van de Wmo of Wet Langdurige Zorg die een belanghebbende dient te betalen aan het CAK of een eigen bijdrage ziektekosten. Deze kosten kunnen tot een jaar voor de datum van de aanvraag meegenomen worden in de berekening van de bijzondere bijstand.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel