Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.7.

Vorm van de bijzondere bijstand

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2015 Stede Broec

De bijstand, dus ook de bijzondere bijstand, wordt in beginsel om niet verleend (artikel 48 lid 1 Participatiewet). Dat wil zeggen dat de bijstand in beginsel niet terugbetaald hoeft te worden. In plaats van bijstand om niet werd in het verleden ook wel gesproken over 'bijstand à fonds perdu'. Wanneer bijstand om niet wordt verstrekt, wil dat echter nog niet zeggen dat die bijstand nooit terugbetaald hoeft te worden. Er zijn omstandigheden denkbaar dat eenmaal om niet verstrekte bijstand toch moet worden teruggevorderd of verhaald. De Participatiewet kent echter ook andere vormen van bijstandsverlening, zoals een geldlening of een verstrekking in natura. De keuze voor de ene of de andere vorm is soms dwingend voorgeschreven en dan weer vrij. Voor de voorwaarden waaronder bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening kan worden verstrekt wordt verwezen naar de paraaf “Lening en borgtocht” (artikel 48 lid 2 Participatiewet) en situaties waarin bijstand in natura kan worden verstrekt wordt verwezen naar de paragraaf “Natura” (artikel 57 Participatiewet) in het handboek Grip op participatie van Kluwer Schulink. In afwijking van artikel 48 Participatiewet bepaalt artikel 51 lid 1 Participatiewet dat voor de vorm waarin de bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen wordt verstrekt de volgende voorkeur geldt, met dien verstande dat de verlening van bijzondere bijstand eerst aan de orde is indien een geldlening via de normale kredietverlenende instanties niet mogelijk is: als borgtocht bij een geldlening via de normale kredietverlenende instanties als vaststaat dat, zonder optreden van de bijstand als borg, de lening door de kredietverlenende instelling niet zal worden verstrekt; als leenbijstand; als bijstand om niet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel