Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1.

Babyuitzet en kosten na de geboorte van kind

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2015 Stede Broec

Vindplaats: Kluwer Schulink Grip op Participatiewet hoofdstuk 6 Bijzondere bijstand; paragraaf 9 onder 2 Norm 100% historische bijstandnorm. Vermogen mag niet hoger zijn dan 35% van de vermogensnorm in de Participatiewet. Het meerdere wordt in mindering gebracht op de toe te kennen bijzondere bijstand voor de babyuitzet en kosten na de geboorte kind. Draagkracht Boven de norm wordt 35% als draagkracht gehanteerd. Bijzondere bijstand wordt in beginsel om niet verleend (artikel 48 lid 1 Participatiewet). In afwijking hiervan bepaalt artikel 51 lid 1 Participatiewet dat bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen kan worden gegeven in de vorm van een geldlening, borgtocht of als een bedrag om niet. Voor wat betreft de vorm van de bijzondere bijstand geldt de volgende voorkeur: borgtocht bij een geldlening via de normale kredietverlenende instanties als vaststaat dat, zonder optreden van de bijstand als borg, de lening door de kredietverlenende instelling niet zal worden verstrekt; leenbijstand bijstand om niet Een kinderbed en een babyuitzet moeten worden aangemerkt als duurzame gebruiksgoederen als bedoeld in artikel 51 lid 1 Participatiewet. Alleen als er sprake is van bijzondere omstandigheden in het individuele geval bijzondere bijstand kan worden verstrekt en dat van de regel kan worden afgeweken. Bijstand kan dan worden toegekend waarbij voor de hoogte van het bedrag uitgegaan wordt van het prijzenboekje voor de bijzondere bijstand van het NIBUD. Hierbij wordt een historische norm gehanteerd van 100%. Wanneer men een inkomen heeft dat hoger is dan de norm dan geldt een draagkrachtpercentage van 35%.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel