Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.10.

Jongeren van 18 tot met 20 jaar

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2015 Stede Broec

Vindplaats: Kluwer Schulink Grip op Participatiewet hoofdstuk 6 Bijzondere bijstand, paragraaf 8. Kostensoort: Periodieke kosten Norm: 100% historische bijstandnorm en geen vermogen hoger dan de norm Participatiewet. Leeftijd: 18 tot en met 20 jaar. Draagkracht Boven norm: 100% draagkracht Jongeren van 18 tot en met 20 jaar kunnen in aanmerking komen voor bijzondere bijstand. Voor hun algemeen noodzakelijke bestaanskosten kunnen ze een beroep doen op de algemene bijstand. De Participatiewet kent voor jongeren van 18 t/m 20 jaar aparte (lage) normen welke zijn afgeleid van de niveaus van de Algemene Kinderbijslagwet. Ingeval de noodzakelijke kosten van het bestaan van de jongere hoger zijn dan de toepasselijke bijstandsnorm, is aanvulling mogelijk bij wijze van bijzondere bijstand. Daarbij geldt, dat het recht op bijzondere bijstand voor een jongere van 18 t/m 20 jaar alleen maar bestaat voor zover hij zijn ouders niet kan aanspreken voor deze kosten. In geval een jongere van 18 t/m 20 in een inrichting verblijft, heeft hij geen recht op algemene bijstand. De verlening van bijzondere bijstand is wel mogelijk, overeenkomstig als voor jongeren van 18 t/m 20 jaar die niet in een inrichting verblijven. Voorts heeft het college een verhaalsrecht op de onderhoudsplichtige ouders ten aanzien van de kosten van de bijzondere bijstand.

Rechtspraak bij dit artikel