Vindplaats: Kluwer Schulink Grip op Participatiewet hoofdstuk 6 Bijzondere bijstand; paragraaf 15 onder 4
Kostensoort: Periodieke kosten
Norm 100% historische bijstandnorm. Vermogen mag niet hoger zijn dan de vermogensnorm in de Participatiewet.
Draagkracht Boven de norm wordt 100% als draagkracht gehanteerd.
Maximaal bedrag De eigen bijdrage kinderopvang, aansluitend bij de maximale uurprijs en het maximaal aantal uren van de Belastingdienst.
Voor de kosten van kinderopvang wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de voorliggende voorzieningen, zoals de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wko).
De kinderopvangtoeslag is één toeslag die centraal wordt uitgekeerd door de Belastingdienst. Deze toeslag is afhankelijk van het inkomen van de ouder en diens eventuele partner. Een uitzondering op de regel dat de Belastingdienst de kinderopvangtoeslag uitkeert vormt de bevoegdheid van het college om een tegemoetkoming te verstrekken. Het college is bevoegd om een tegemoetkoming als aanvulling op de kinderopvangtoeslag te verstrekken voor de drie zogenaamde KOA-doelgroepen:
ouders in een re-integratietraject die een uitkering ontvangen op grond van de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ of de ANW;
ouders jonger dan 18 jaar, die scholing of een opleiding volgen en algemene bijstand (kunnen) ontvangen;
studenten.
Dit volgt uit artikel 1.13 Wko.
De ouders in een re-integratietraject die een uitkering ontvangen op grond van de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ of de ANW komen bij WerkSaam in aanmerking voor de aanvulling (eigen bijdrage) in de kosten van kinderopvang.
De andere twee doelgroepen kunnen bijzondere bijstand ontvangen in de eigen bijdrage kinderopvang.
De bijzondere bijstand is een aanvulling op de tegemoetkoming die de ouder van de Belastingdienst ontvangt. De bijzondere bijstand is zodanig hoog dat de tegemoetkoming samen met de aanvulling (bijzondere bijstand) niet meer is dan de kosten van de kinderopvang als bedoeld in de Wet Kinderopvang. Dit betekent dat de kosten die boven de maximale uurprijs uitkomen niet voor vergoeding in aanmerking komen. De ouder dient er zelf zorg voor te dragen dat de meest goedkope en adequate voorziening wordt gekozen.
Alle andere doelgroepen hebben in beginsel geen recht op bijzondere bijstand voor de bedoelde eigen bijdrage. Wordt niettemin toch een aanvraag om bijzondere bijstand voor (de eigen bijdrage in) de kosten van kinderopvang ingediend, dan moet de aanvraag worden beoordeeld aan de hand van de vier hoofdvragen
Voorts kunnen gemeenten een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang verstrekken voor buitenwettelijke doelgroepen die behoren tot de doelgroep 'sociaal medische indicatie'.
Hiervoor is een aparte beleidsregel sociaal medische indicatie kinderopvang opgesteld.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.4.
Eigen bijdrage kosten kinderopvang
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2015 Stede Broec