Vindplaats: Kluwer Schulink Grip op Participatiewet hoofdstuk 9 Vormen van bijstand; paragraaf 2 Lenen en borgtocht
Norm: 110% historische bijstandnorm en geen vermogen hoger dan de norm Participatiewet.
Maximale tegemoetkoming
Wasautomaat: € 500,00
Stofzuiger: € 35,00
Gastoestel: € 80,00
Koelkast: € 275,00
Televisie: € 375,00
Frequentie: 1x in de 8 jaar wanneer noodzaak is aangetoond.
Bijzondere bijstand wordt in beginsel om niet verleend (artikel 48 lid 1 Participatiewet). In afwijking hiervan bepaalt artikel 51 lid 1 Participatiewet dat bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen kan worden gegeven in de vorm van een geldlening, borgtocht of als een bedrag om niet.
Voor wat betreft de vorm van de bijzondere bijstand geldt de volgende voorkeur:
borgtocht bij een geldlening via de normale kredietverlenende instanties als vaststaat dat, zonder optreden van de bijstand als borg, de lening door de kredietverlenende instelling niet zal worden verstrekt;
leenbijstand
bijstand om niet
Op grond van artikel 51 lid 1 Participatiewet kan bijzondere bijstand voor de kosten van noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen worden verleend in de vorm van een geldlening of borgtocht, dan wel in de vorm van een bedrag om niet. Het gaat daarbij om de kosten van aanschaf, vervanging of reparatie van gebruiksgoederen met een duurzaam karakter. Dergelijke kosten behoren tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan.
Aan de in het kader van artikel 51 Participatiewet te beantwoorden vraag, in welke vorm de bijzondere bijstand in de kosten van duurzame gebruiksgoederen verleend dient te worden, wordt overigens pas toegekomen nadat vaststaat dat deze kosten zich voordoen in díe zin, dat aan de in artikel 35 lid 1 Participatiewet genoemde voorwaarden is voldaan.
Indien de belanghebbende ten minste beschikt over een inkomen op het niveau van het sociaal minimum, dus ook indien hij een uitkering algemene bijstand ontvangt, wordt in principe voldoende ruimte in het inkomen aanwezig geacht om voor de kosten van noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen te reserveren. Via de algemene normbijstand wordt dus tevens bijstand verstrekt voor duurzame gebruiksgoederen. Doet zich evenwel de bijzondere situatie voor dat een dergelijk goed bijvoorbeeld aan vervanging toe is, terwijl betrokkene nog niet voldoende heeft gereserveerd, dan ligt het voor de hand dat de alsdan te verstrekken bijzondere bijstand, mede gezien het duurzame karakter van het goed, de vorm van een geldlening heeft.
Alvorens bijstand voor duurzame gebruiksgoederen kan worden verstrekt, dient vast te staan dat de belanghebbende de benodigde geldlening niet kan verkrijgen via de normale kredietverlenende instanties (waaronder de GKB) waarmee belanghebbende het goed via gespreide betaling achteraf voldoet.
Borgtocht is uitsluitend mogelijk als vaststaat dat de kredietverlenende instantie geen lening verstrekt zonder borgstelling van de gemeente. Voorkomen moet worden dat de kredietverlener zijn bedrijfsrisico door borgtocht standaard op de gemeente afwentelt
Slechts indien sprake is van bijzondere omstandigheden zal het college de bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen om niet moeten verstrekken. De beoordeling van de vraag of aanleiding bestaat om de bijstand voor duurzame gebruiksgoederen geheel of gedeeltelijk om niet te verlenen, dient plaats te vinden aan de hand van de omstandigheden, middelen en mogelijkheden van de belanghebbende.
Deze bijzondere omstandigheden zijn voor onderstaande duurzame gebruiksgoederen naar de mening van het college van de gemeente Stede Broec in ieder geval aanwezig als een belanghebbende drie jaar of langer onafgebroken op een inkomen op 110% historische bijstandsniveau is aangewezen en niet over een vermogen beschikt.
De uitgangspunten bij deze vorm van bijzondere bijstand om niet zijn als volgt:
men dient een zelfstandige huishouding te voeren;
voor duurzame gebruiksgoederen wordt uitgegaan van een gemiddelde levensduur van acht jaar;
éénmaal per acht jaar kan dus een beroep gedaan worden op de bijzondere bijstand per duurzaam gebruiksartikel;
het vermogen mag niet hoger zijn dan het voor de belanghebbende van toepassing zijnde vrij te laten vermogen in het kader van de Participatiewet;
de genoemde bedragen betreffen maximale bedragen per gebruiksartikel. Bij lagere bedragen volgt dus een lagere bedrag aan bijzondere bijstand;
uitbetaling geschiedt na ontvangst van een op naam gestelde rekening.
Uitgangspunt bij de daadwerkelijk toekenning zijn de prijzen van het NIBUD en op basis van de werkelijke uitgave, waarbij de volgende maximale richtlijnen voor duurzame gebruiksgoederen worden gehanteerd.
Wasautomaat: € 500,00
Stofzuiger: € 35,00
Gastoestel: € 80,00
Koelkast: € 275,00
Televisie: € 375,00
Hoofdstuk 4
Artikel 4.2.
Witgoedregeling/ duurzame gebruiksgoederen
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2015 Stede Broec