Er zijn echter ook wel eens situaties waarin er niemand is die de opdracht tot lijkbezorging kan (of wil) verstrekken. In die situaties is de Wet op de Lijkbezorging van toepassing.
De gemeente waarin het lichaam van de overledene zich bevindt is dan verplicht zorg te dragen voor de begrafenis of crematie. De kosten die deze gemeente in verband met deze verplichting maakt, moet worden voldaan uit de opbrengst van de bij de overledene gevonden gelden en goederen dan wel uit de nalatenschap van de overledene.
Indien de nalatenschap ontoereikend is, heeft de gemeente een verhaalsrecht (artikel 22 Wet op de Lijkbezorging) op de bloed- en aanverwanten die krachtens titel 17 Boek1 BW tot het verstrekken van levensonderhoud aan de overledene verplicht zouden zijn geweest. Dit verhaalsrecht wordt begrensd door de van toepassing zijnde bepalingen van het erfrecht.
De Wet op de Lijkbezorging biedt dus in bijzondere gevallen de mogelijkheid om de uitvaart van een overledene te regelen. In het algemeen zal een beroep op deze wet echter pas mogelijk zijn als is gebleken dat er geen nabestaanden zijn die uitvaartkosten kunnen (met inbegrip van het vragen van bijstand voor deze kosten) of willen voldoen.
Vindplaats: Kluwer Schulink Grip op Participatiewet hoofdstuk 6 Bijzondere bijstand, paragraaf 11.
Norm: 100% historische bijstandnorm en geen vermogen hoger dan de norm Participatiewet
Draagkracht Boven norm: 35% als draagkracht.
Vergoeding: Op basis van openbaar vervoer
Hoofdstuk 8
Artikel 8.2.
Geen opdracht tot lijkbezorging/ Wet op de Lijkbezorging
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2015 Stede Broec