Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2.1 Beleid voor toepassing Artikel 4, Bijlage II Bor

Artikel 2.1 Beleid voor toepassing Artikel 4, Bijlage II Bor

Onderdeel van Beleidsregels voor beperkte afwijkingen van het bestemmingsplan 2013, tweede wijziging

Bij de beoordeling van verzoeken om af te wijken van het bestemmingsplan zullen voor wat betreft de afwijkingsmogelijkheden zoals genoemd in artikel 2.12 lid 1 sub a onder 2º, Wabo de hiernavolgende beleidsregels worden toegepast. Indien het bestemmingsplan na de inwerkingtreding van dit beleid is gemaakt zullen de mogelijkheden die deze regels bieden daarin zijn opgenomen. (Zowel direct als in de vorm van binnenplanse afwijkingen.) In Artikel 4, Bijlage II Bor is het volgende geregeld: Voor verlening van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de wet van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komen op grond van het Besluit omgevingsrecht (artikel 4, bijlage II) in aanmerking: 1.een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen: a.niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf, b.de oppervlakte niet meer dan 150 m2: Toepassing: Voor de toepassing onder 1.a. wordt onderscheid gemaakt tussen woningen en andere gebouwen. Voor woningen wordt mogelijk gemaakt, voor zover niet mogelijk vanuit het bestemmingsplan: bijbehorende bouwwerken, voorzover: de bebouwing meer dan 2 meter achter voorgevelrooilijn ligt, behalve voor carports, erkers, toegangsportalen en luifels (zie themabladen ‘Carports’ en ‘Erkers, entreeportalen en luifels’) meer dan 50% van het erf onbebouwd blijft aanbouwen niet meer dan 4 meter diep of breed zijn, gemeten vanuit respectievelijk de achtergevel of de zijgevel van het hoofdgebouw. Voor zijgevels grenzend aan de openbare weg geldt een maximale breedte van 3,5 meter. de goothoogte van aan- en uitbouwen aan zij- en achtergevel niet meer is dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,3 meter de bouwhoogte van vrijstaande bouwwerken niet meer is dan 3 meter In bestemmingsplannen is dit vertaald naar bestemmingsvlakken voor ‘Wonen’ en ‘Tuin’. Binnen de bestemming ‘Tuin’ worden geen bouwwerken toegestaan. Voor de in de themabladen beschreven gevallen kan daarvan worden afgeweken. Voor andere gebouwen (niet-zijnde woningen zoals kantoren, bedrijven) wordt meegewerkt aan uitbreidingen bij of aan het hoofdgebouw voorzover: de uitbreiding niet meer bedraagt dan 10% van het oppervlak danwel volume van het hoofdgebouw De voorgevelrooilijn of andere aan het openbaar gebied gelegen rooilijn niet wordt overschreden 2. een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening als bedoeld in artikel 2, onderdeel 18, onder a, dat niet voldoet aan de in dat subonderdeel genoemde eisen, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 5 m, en b. de oppervlakte niet meer dan 50 m2. Toepassing: Aan dergelijke bouwwerken van algemeen nut wordt meegewerkt in overleg met de beheerder van de openbare ruimte. 3.een bouwwerk, geen gebouw zijnde, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 10 m , en b. de oppervlakte niet meer dan 50 m2. Toepassing: Voor bouwwerken die voldoen aan de kenmerken van lid 3 kan vergunning worden verleend mits de noodzaak is aangetoond en de overwegingen om af te wijken zorgvuldig zijn onderbouwd. 4.een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw; Toepassing: Dakkapellen Voor het toestaan van dakkapel zijn in de Welstandsnota Leiderdorp (2010) duidelijke criteria geformuleerd. Deze criteria voor dakkapellen vormen de uitvoeringsregels waarbinnen medewerking kan worden verleend aan een omgevingsvergunning. Dakopbouwen Aan de uitbreiding van gebouwen met een extra bouwlaag wordt alleen meegewerkt als het bestaande bouwblok daar aanleiding toegeeft. Zo zijn er plekken waar de bestaande bebouwing 2 lagen zonder kap is en sinds langere tijd woningen worden uitgebreid met een kap of terugliggende dakopbouw. Als niet sprake is van een duidelijke trend moet de aanvraag worden beoordeeld aan de hand van het afwegingskader (Zie themabladen). Voor die situaties waar wel wordt meegewerkt geldt: a. Gebouw, een woning of woongebouw zijnde Voor dakopbouwen op hoofdgebouwen gelden de regels opgenomen in het Themablad ‘Dakopbouwen op hoofdgebouwen’ b. Kap op aangebouwd of vrijstaand bijgebouw Binnen bestemmingsplannen wordt veelal de mogelijkheid geboden om een kap op aanbouwen en/of bijgebouwen te realiseren. Voor een kap op een aan- of bijgebouw geldt het themablad ‘Kap op een aan- of bijgebouw’. c.Gebouw, geen woning of woongebouw zijnde Afwijking verlenen voor een dakopbouw ten behoeve van een ander gebouw dan een woning of woongebouw (zoals een kantoor of een bedrijf) waarbij de hoogte van de opbouw maximaal 3 m en de oppervlakte daarvan maximaal 50 m2 bedraagt en waarbij qua visuele beleving zorgvuldig rekening wordt gehouden met eventueel aanwezige precedenten op naburige bedrijfsgebouwen. Slechts afwijking verlenen indien het een dakopbouw op een hoofdgebouw betreft en de noodzaak is aangetoond. De overwegingen om de omgevingsvergunning te verlenen worden zorgvuldig onderbouwd. Dakterrassen Voor dakterrassen gelden de regels opgenomen in het Themablad ‘Dakterrassen’ 5.een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 m. Toepassing: Afwijking wordt verleend overeenkomstig de beleidsnota ‘randvoorwaarden bij plaatsing van antenne in Leiderdorp’. 6.een installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder w, van de Elektriciteitswet 1998. Toepassing: Leiderdorp heeft geen glastuinbouwbedrijven waarvoor deze afwijking van toepassing is. 7.een installatie bij een agrarisch bedrijf waarmee duurzame energie wordt geproduceerd door het bewerken van uitwerpselen van dieren tot krachtens artikel 5, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet aangewezen eindproducten van een krachtens dat artikellid omschreven bewerkingsprocedé dat ziet op het vergisten van ten minste 50 gewichtsprocenten uitwerpselen van dieren met in de omschrijving van dat procedé genoemde nevenbestanddelen; Toepassing: Omdat de verwachting is dat dit zeer sporadisch voorkomt per geval bezien of aan deze mogelijkheid toepassing wordt gegeven. 8.het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied; Toepassing: Eerst moet nog ervaring worden opgedaan waar dit voor wordt gebruikt, anders dan het in de toelichting op de Bor gegeven voorbeeld van parkeren in de bestemming Groen. Voor dat voorbeeld kan op basis van nu geldend beleid zoals het Groenstructuurplan met voorkomende aanvragen worden omgegaan. 9.het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen; Toepassing: De wens om voor een beperkt gebouwoppervlak ander gebruik toe te staan dan in het bestemmingsplan is opgenomen komt regelmatig voor. Voor de Leiderdorpse praktijk gaat het bijvoorbeeld om het toestaan van een kantoor of winkel in een bedrijfspand. Daarnaast wordt het ook gebruikt om vormen van bedrijvigheid aan huis toe te staan op plekken waar dit nog niet in het bestemmingsplan is geregeld. Bedrijvigheid aan huis binnen de bebouwde kom Voor toepassing van de afwijkingsmogelijkheden voor een aan-huis-verbonden bedrijf geldt de regeling overeenkomstig nieuwe bestemmingsplannen, waarin wordt toegestaan: Aan huis verbonden beroep of bedrijf, mits de oppervlakte niet meer bedraagt dan 30% van het vloeroppervlakte van de gebouwenwaarbij geldt dat: bedrijven maximaal in de categorie 1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan of bedrijven die voor wat betreft de aard en de omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt gelijk kan worden gesteld met een bedrijf in de categorie 1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; de activiteit alleen in de woning of aangebouwde bijgebouw mag worden uitgeoefend; buitenopslag niet is toegestaan; geen detailhandel of horeca is toegestaan; er geen onevenredige toename van de verkeersbelasting in de omgeving mag optreden; er geen onevenredige druk op de bestaande parkeermogelijkheden bij de woning en in de omgeving van de woning mag ontstaan; de vestiging van een Bed & breakfast is toegestaan Voor beroep-aan-huis geldt overigens dat deze wordt gezien als onderdeel van de woonbestemming. Daarvoor is dus geen aparte vergunning noodzakelijk. Om inzicht te geven in de reikwijdte van het begrip beroep-aan-huis is daarom in april 2013 een notitie opgesteld die als bijlage bij dit beleid is gevoegd. Voor bedrijf-aan-huis is wel een omgevingsvergunning nodig, omdat hierbij in ieder geval moet worden beoordeeld op de verkeersaspecten onder 5 en 6. Daarnaast wordt ook bekeken of de bedrijfsvoering in de woonomgeving past. Aan huis verbonden beroep of bedrijf in een vrijstaand bijgebouw Voor een beroep-aan-huis of bedrijf-aan-huis is daarnaast vergunning nodig als het wordt gevestigd in een vrijstaand bijgebouw. Dit onderscheid wordt gemaakt omdat hierbij het risico aanwezig is dat de bedrijfsvoering geen relatie (meer) heeft met de woonfunctie. Zo is een schuur of een garagebox die direct vanaf de openbare weg te bereiken is ook los van de woning te gebruiken. In dat geval is geen sprake van ‘aan-huis-verbonden’. Daarnaast voldoen veel vrijstaande bijgebouwen ook niet aan de eisen voor verblijfsruimte. In de aanvraag moeten die aspecten dus worden meegenomen. In bestemmingsplannen is deze mogelijkheid als een aparte afwijkingsmogelijkheid opgenomen. Daarvoor gelden dezelfde criteria als hierboven, met uitzondering de eis dat alleen de woning of aanbouw mag worden gebruikt. In bestemmingsplannen is daaraan toegevoegd: - het gebruik heeft slechts een beperkte ruimtelijke uitstraling; Voor het beoordelen van deze aanvullende voorwaarde is van belang dat het bijgebouw het karakter van een bijbehorend bouwwerk behoud. Het bijgebouw moet dus niet door gebruik of verschijningsvorm ervaren worden als een hoofdgebouw. Andere wijzigingen van gebruik binnen de bebouwde kom Voor toepassing van de afwijkingsmogelijkheden ten aanzien van wijziging in het gebruik van bestaande opstallen geldt dat: de nieuwe functie moet passen binnen de omgeving; het nieuwe gebruik slechts een beperkte ruimtelijke uitstraling heeft; er mag geen onevenredige toename van de verkeersbelasting en de parkeerdruk in de omgeving ontstaan. De parkeerbehoefte wordt op basis van het Parkeerbeleidsplan vastgesteld; een omzetting van een functie naar wonen alleen kan binnen een gebied met een overwegende woonfunctie; bij omzetting van een functie in detailhandel moet de detailhandelsfunctie passen binnen het gemeentelijke en/of het regionale detailhandelsbeleid. zo nodig wordt advies gevraagd de Adviescommissie Detailhandel. Dit advies moet worden toegevoegd aan de aanvraag omgevingsvergunning. bij omzetting van een functie in bedrijfsmatige activiteiten er een advies moet zijn van de Omgevingsdienst West Holland, ten aanzien van de milieueffecten van de bedrijfsvestiging op de omgeving. 10. het gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. de recreatiewoning voldoet aan de bij of krachtens de Woningwet aan een bestaande woning gestelde eisen; b. de bewoning niet in strijd is met de bij of krachtens de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder, de Wet ammoniak en veehouderij en de Wet geurhinder en veehouderij gestelde regels of de Reconstructiewet concentratiegebieden, c. de bewoner op 31 oktober 2003 de recreatiewoning als woning in gebruik had en deze sedertdien onafgebroken bewoont, en d. de bewoner op 31 oktober 2003 meerderjarig was; Toepassing: Geen omgevingsvergunning wordt verleend voor het wijzigen van het gebruik van een recreatiewoning voor permanente bewoning. 11.ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 10, voor een termijn van ten hoogste tien jaar. Toepassing: Omdat de verwachting is dat dit zeer sporadisch voorkomt per geval bezien of aan deze mogelijkheid toepassing wordt gegeven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel