Het college kan een pgb weigeren indien:
de aanvrager niet voldoet aan de aan het pgb verbonden voorwaarden. Deze voorwaarden zijn:
de aanvrager moet naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat zijn de aan pgb verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te voeren. Dat mag ook met hulp uit zijn sociale netwerk of van een curator, bewindvoerder, mentor of gemachtigde;
naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de ondersteuning van goede kwaliteit is. De belangrijkste eisen daarbij zijn dat de zorg veilig, doeltreffend en cliëntgericht wordt geleverd.
de aanvrager het pgb niet of voor een ander doel gebruikt;
de voorziening niet noodzakelijk zal zijn gedurende de gehele afschrijvingstermijn (bijvoorbeeld bij kindvoorzieningen waar het kind uit groeit);
het pgb bedoeld is voor begeleiding- of administratiekosten in verband met het persoonsgebonden budget;
de aanvrager zich in het verleden niet aan de voorwaarden voor een pgb heeft gehouden;
blijkt dat de aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid.
De aanvrager kan bezwaar aantekenen wanneer het college het pgb weigert.
HOOFDSTUK 5:
Artikel 5.3
Weigeringsgronden
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2016