Naar hoofdinhoud

AFDELING II.

Artikel 19.

Minimum inkomen

Onderdeel van Bezoldigingsverordening

1.. Voor een ambtenaar van 23 jaar of ouder en werkzaam in een functie met een volledige dagtaak zijn de bij Algemene Maatregel van Bestuur vastgestelde of vast te stellen regelen omtrent minimum inkomen van overeenkomstige toepassing. Buiten aanmerking blijven hierbij overwerkgelden, vakantie-uitkering en bestemmingstoelagen, zoals rijwieltoelage en dergelijke. 2.. Ingeval de in het eerste lid bedoelde bezoldiging van de ambtenaar beneden het bedrag van het minimum inkomen mocht blijven ontvangt hij, gerekend van de eerste dag der maand waarin de aanspraak ontstaat, een toelage ten bedrage van het verschil. 3.. Voor ambtenaren die de leeftijd van 15 jaar, doch niet die van 23 jaar hebben bereikt en werkzaam zijn in een functie met een volledige dagtaak zijn de bij de Algemene Maatregel van Bestuur vastgestelde of vast te stellen regelen omtrent minimum jeugdloon van overeenkomstige toepassing. 4.. Indien van de bezoldiging een gedeelte wordt ingehouden in verband met ziekte, schorsing of verlof wordt de toelage bepaald alsof de volle bezoldiging wordt genoten. Op de aldus vastgestelde toelage vindt een inhouding plaats overeenkomstig de inhouding op de rest van de bezoldiging. 5.. Onvoldoende geschiktheid en dienstijver, alsmede strafbepalingen - met uitzondering van schorsing - hebben geen invloed op het gedrag van het minimum inkomen.

Rechtspraak bij dit artikel