**1..** Aan de ambtenaar wiens bezoldiging als gevolg van het buiten zijn
toedoen beëindigen of verminderen van de toelage wegens
onregelmatige dienst een blijvende verlaging ondergaat van tenminste
3% van zijn bezoldiging wordt een aflopende toelage toegekend, mits
hij eerstgenoemde toelage, direct voorafgaande aan het tijdstip van
vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende ten
minste 2 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.
**2..** Aan de ambtenaar van 60 jaar of ouder wiens bezoldiging als gevolg
van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van de toelage
wegens onregelmatige dienst een blijvende verlaging ondergaat wordt
een blijvende toelage toegekend, mits hij eerstgenoemde toelage,
direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging
of vermindering ervan, gedurende 10 jaren zonder wezenlijke
onderbreking heeft genoten.
**3..** De in het eerste lid bedoelde aflopende toelage gaat, wanneer de
ambtenaar de leeftijd van 60 jaar bereikt en hij onmiddellijk vóór
de aanvang van die toelage gedurende tenminste 10 jaren zonder
wezenlijke onderbreking een toelage onregelmatige dienst heeft
genoten, over in een blijvende toelage, bedoeld in het vorige
lid.
**4..** Voor de toepassing van de vorige leden wordt onder wezenlijke
onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan twee
maanden.
**5..** De door de Minister van Binnenlandse Zaken voor de toepassing van
artikel 18 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren
1984 vastgestelde of nog vast te stellen nadere regelen zijn van
overeenkomstige toepassing voor dit artikel.
AFDELING III.
Artikel 25.
Overgangstoelage bij wegvallen/verminderen toelage onregelmatige arbeid
Onderdeel van Bezoldigingsverordening