Naar hoofdinhoud

AFDELING III.

Artikel 25.

Overgangstoelage bij wegvallen/verminderen toelage onregelmatige arbeid

Onderdeel van Bezoldigingsverordening

1.. Aan de ambtenaar wiens bezoldiging als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van de toelage wegens onregelmatige dienst een blijvende verlaging ondergaat van tenminste 3% van zijn bezoldiging wordt een aflopende toelage toegekend, mits hij eerstgenoemde toelage, direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende ten minste 2 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten. 2.. Aan de ambtenaar van 60 jaar of ouder wiens bezoldiging als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van de toelage wegens onregelmatige dienst een blijvende verlaging ondergaat wordt een blijvende toelage toegekend, mits hij eerstgenoemde toelage, direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende 10 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten. 3.. De in het eerste lid bedoelde aflopende toelage gaat, wanneer de ambtenaar de leeftijd van 60 jaar bereikt en hij onmiddellijk vóór de aanvang van die toelage gedurende tenminste 10 jaren zonder wezenlijke onderbreking een toelage onregelmatige dienst heeft genoten, over in een blijvende toelage, bedoeld in het vorige lid. 4.. Voor de toepassing van de vorige leden wordt onder wezenlijke onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan twee maanden. 5.. De door de Minister van Binnenlandse Zaken voor de toepassing van artikel 18 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 vastgestelde of nog vast te stellen nadere regelen zijn van overeenkomstige toepassing voor dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel