Naar hoofdinhoud

AFDELING II.

Artikel 3.

Vaststelling salarisniveau, instroom in nieuwe structuur per 1 april 1996

Onderdeel van Bezoldigingsverordening

1.. De ambtenaren worden aangesteld of in dienst genomen in één der schalen, genoemd in de bijlagen II en IIa van de Gemeentelijke arbeidsvoorwaardenregeling, rekening houdend met het gemeentelijk functiewaarderingssysteem. 2.. Bijlage II omvat de indeling van de schalen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a van de Gemeentelijke arbeidsvoorwaardenregeling en is van toepassing op die ambtenaar die ook op 31 maart 1996 reeds een salaris genoot op grond van deze bijlage, tenzij op grond van het gestelde in lid 3 bijlage IIa op hem van toepassing is. 3.. Bijlage IIa omvat de indeling van de schalen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a van de Gemeentelijke arbeidsvoorwaardenregeling en is van toepassing op: de ambtenaar die op of na 1 april 1996 een betrekking aanvaardt in de zin van de Gemeentelijke arbeidsvoorwaardenregeling, zonder direct daaraan voorafgaand een betrekking in de zin van de Gemeentelijke arbeidsvoorwaardenregeling of CAR te hebben vervuld en de ambtenaar die op of na 1 april 1996 een nieuwe betrekking in de zin van de Gemeentelijke arbeidsvoorwaardenregeling aanvaardt, direct voorafgaand door een andere betrekking in de zin van de Gemeentelijke arbeidsvoorwaardenregeling of CAR, waarbij aan die nieuwe betrekking een beter salarisperspectief is verbonden. Hierbij wordt een betrekking mede als nieuw aangemerkt ingeval een bestaande aanstelling of arbeidsovereenkomst wordt gewijzigd, als gevolg van een wijziging in de uit te voeren taken. 4.. Het bedrag der bezoldiging van de ambtenaar wordt met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde vastgesteld door burgemeester en wethouders.

Rechtspraak bij dit artikel