1. Aan de wethouder wordt voor de uitoefening van zijn ambt de mogelijkheid geboden deel te nemen aan de voor het gemeentelijk personeel geldende pc-privéregeling.
2. Aan de wethouder die geen gebruik maakt van de in het eerste lid bedoelde pc-privéregeling wordt, voor de uitoefening van zijn ambt op aanvraag een computer of laptop met bijbehorende randapparatuur en software in bruikleen ter beschikking gesteld.
3. De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de gemeente.
4. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.
SPAARLOON- EN FIETSREGELING