Aan de wethouder wordt naast de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 5, vergoeding verleend voor gemaakte reiskosten van andere dan de in artikel 5 bedoelde reizen ten behoeve van de gemeente. De vergoeding betreft:
a. bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een (trein)taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten; bij reizen per trein kan van de eerste klas gebruik worden gemaakt;
b. bij gebruik van een eigen motorvoertuig of bromfiets: een vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten overeenkomstig de bedragen in artikel 2 van de Reisregeling binnenland en (gebruteerde) vergoeding van in redelijkheid noodzakelijke kosten voor parkeren.
VERBLIJFKOSTEN