**1..** Het hoofd van de beheerseenheid draagt er zorg voor, dat uit
ieder document, dan wel uit daarbij behorende informatie, blijkt
wanneer het document is ontvangen of opgemaakt, wie de afzender
of vervaardiger is, op welke taak het document betrekking heeft,
wat de status en het ontwikkelingsstadium van het document zijn,
en wanneer en aan wie een exemplaar ervan is verzonden.
**2..** Ten aanzien van documenten dienen kenmerken zodanig te worden
vastgelegd, dat ze met behulp daarvan op eenvoudige wijze kunnen
worden teruggevonden.
**3..** Het vorige lid is niet van toepassing op documenten, die niet
benodigd zijn in het kader van uitvoering van taken en de
verantwoording daarover, of die niet in verband met enig
wettelijk voorschrift worden opgemaakt, ontvangen of bewaard,
dan wel geen verband houden met de communicatie met de
burger.
Hoofdstuk IV › Paragraaf
Artikel 15
Artikel 15
Onderdeel van Besluit informatiebeheer Capelle aan den IJssel 2015