Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 2.5

Zittingsduur en vacatures

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2004 met de daarbij behorende toelichting

1.. De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad. 2.. De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht het lid is benoemd. 3.. De raad kan de voorzitter of diens plaatsvervanger ontslaan. 4.. Een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 5.. Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van de artikelen 2.3 en 2.4. 6.. Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid, dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege. 7.. Naast het bepaalde in het eerste lid eindigt het lidmaatschap van een fractievertegenwoordiger: Indien de fractievertegenwoordiger onherroepelijk is toegelaten als raadslid; In de gevallen als bedoeld in de artikelen X1, eerste lid, en X5 van de Kieswet met dien verstande dat voor burgemeester en wethouders het præsidium wordt gelezen; Indien de raad op voordracht van de desbetreffende fractie een vertegen- woordiger diens lidmaatschap van de raadscommissie(s) vervallen verklaart; Indien de raad overigens een fractievertegenwoordiger van diens lidmaatschap vervallen verklaart. 8.. In het geval aan de raad een voordracht is gedaan, zoals bedoeld in het zevende lid onder b, of daartoe overeenkomstig het Reglement van orde voor de raad 2002 een initiatiefvoorstel of anderszins een voorstel is gedaan dan wel indien daartoe om andere redenen aanleiding bestaat, kan de raad de betrokken fractievertegenwoordiger schorsen. Eenzelfde bevoegdheid komt toe aan het præsidium, tenzij de raad eerder heeft besloten niet tot schorsing of ontslag over te gaan. Artikel X8, eerste lid, tweede volzin, tot en met het vierde lid, van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor burgemeester en wethouders het præsidium wordt gelezen.

Rechtspraak bij dit artikel