Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2. › PARAGRAAF 6.

Artikel 2.6.2

Aanwezigheid van brandmeldinstallaties

Onderdeel van bouwverordening van de gemeente Dronten 2002

1.. Een gebruiksfunctie waarvan: de hoogste vloer van een verblijfsruimte is gelegen op een in bijlage 10 van deze verordening aangegeven waarde boven het meetniveau als bedoeld in het Bouwbesluit; de totale gebruiksoppervlakte meer bedraagt dan de bijlage 10 van deze verordening aangegeven grenswaarde; het aantal verblijfsruimten bestemd voor bezoekers meer bedraagt dan de in bijlage 10 van deze verordening aangegeven grenswaarde; is voorzien van een brandmeldinstallatie als bedoeld in NEN 2535, uitgave 1996, en NEN 2535/A1, uitgave 2002; die is gelegen in een bouwwerk dat bestaat uit meer bouwlagen dan de in tabel 2.6.1 van bijlage 10 zijn aangegeven. 2.. In een gebruiksfunctie niet zijnde een woonfunctie of een woongebouw waar vanaf de toegang van een verblijfsruimte slechts in één richting kan worden gevlucht, dient de ruimte waardoor dient te worden gevlucht alsmede de ruimten van waaruit de betreffende vluchtroute bij brand zou kunnen worden geblokkeerd, voorzien te zijn van een brandmeldinstallatie met ruimtebewaking, indien er sprake is van één of meer van de volgende situaties: de loopafstand tussen de toegang van een verblijfsruimte en een punt vanwaar in meerdere richtingen kan worden gevlucht, bedraagt meer dan 10 meter; het totale oppervlak van het gedeelte van de ruimte waardoor slechts in één richting kan worden gevlucht alsmede de op dit gedeelte aangewezen verblijfsruimten is groter dan 200 m²; het aantal verblijfsruimten dat is aangewezen op de betreffende ruimte bedraagt meer dan 2.

Rechtspraak bij dit artikel