De aangifte van vestiging op een briefadres dient in ieder geval te worden geweigerd, indien:
de aangever beschikt over een woonadres als bedoeld in artikel 1.1. onder o. van de Wet BRP;
de aangever gedurende een jaar meer dan twee derden van de tijd in het buitenland verblijft of zal verblijven;
de aangever beroepsmatig varend is op een schip dat zijn thuishaven in Nederland heeft en langer dan twee jaar in het buitenland verblijft of zal verblijven;
de adresgegevens van de briefadresgever in onderzoek zijn gesteld dan wel is vastgesteld, dat de briefadresgever zich bewust van zijn verplichtingen als genoemd in artikel 5 onttrekt;
de briefadresgever weigert een verklaring als bedoeld in artikel 3, derde lid, onder c. af te geven;
het briefadres geen bestaand adres is;
het briefadres een postbus is;
het briefadres wordt gevestigd bij een niet door het College aangewezen rechtspersoon.