Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1

Artikel 2.5

Eigen initiatieven

Onderdeel van Huisvestingsverordening 2015

Een woningzoekende kan pas een beroep doen op de voorrangsregeling nadat hij, zodra het huisvestingsprobleem zich openbaarde, aantoonbaar zelf al het mogelijk heeft gedaan om daar een oplossing voor te vinden. Bovendien moet de aanvrager: aantonen dat hij heeft gedurende acht achtereenvolgende weken zonder resultaat heeft meegedongen naar iedere woning die via de woonruimteverdelingssystemen in de regio Drechtsteden is aangeboden, voor zover die woning een bij zijn omstandigheden passende oplossing kon bieden of zou kunnen bieden voor zijn huisvestingsprobleem, of; aantonen dat er gedurende acht achtereenvolgende weken geen bij zijn omstandigheden passend woningaanbod is geweest. Afwijking van het bepaalde in lid 1. a en b is mogelijk, indien de aanvrager aantoonbaar bij voorbaat geen kans heeft op de toewijzing van een woning binnen de aangegeven termijn.

Rechtspraak bij dit artikel