Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 11

Vergunning

Onderdeel van Erfgoedverordening 2010

1.. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag of in strijd met bij zodanige vergunning gestelde voorschriften: een gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; een gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht; voor het interieur of delen daarvan geldt het verbod onder lid 1, sub a en b alleen indien het interieur of delen daarvan in de redengevende omschrijving uitdrukkelijk in de waardering zijn genoemd. 2.. Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het eerste lid, gelden niet indien het college nadere regels stelt met betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd. 3.. Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een monument met een religieuze bestemming, geen vergunning als bedoeld in het eerste lid, dan in overeenstemming met de eigenaar indien en voor zover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn.

Rechtspraak bij dit artikel