Naar hoofdinhoud
1.. Indien het college met betrekking tot de in artikel 1.4 bedoelde activiteiten subsidies verstrekt via een verdeelsystematiek, stelt het college daarvoor (nadere) regels vast. 2.. In de in het eerste lid bedoelde (nadere) regels wordt in ieder geval geregeld: welke activiteiten voor subsidie in aanmerking komen c.q. de weigeringsgronden, waarbij voor zover van toepassing het bepaalde in artikel 1.3 en artikel 1.5, tweede lid, in acht wordt genomen en waarbij het bepaalde in artikel 3.1, onder b en volgende wordt betrokken; wanneer een aanvraag tot subsidieverstrekking kan dan wel moet worden ingediend; welke grondslagen worden gehanteerd voor de berekening van de subsidie; de vaststelling van het subsidieplafond; hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld. 3.. Voor het overige kan het college in de in het eerste lid bedoelde (nadere) regels bepalingen opnemen zoals vermeld in het vijfde lid, onder c en volgende. 4.. In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen kan het college (nadere) regels stellen met betrekking tot de in artikel 1.4 bedoelde activiteiten. 5.. Het college kan in de in het vierde lid bedoelde (nadere) regels bepalingen opnemen met betrekking tot onder meer: welke activiteiten voor subsidie in aanmerking komen c.q. de weigeringsgronden, waarbij voor zover van toepassing het bepaalde in artikel 1.3 en artikel 1.5, tweede lid, in acht wordt genomen en waarbij het bepaalde in artikel 3.1, onder b en volgende wordt betrokken; wanneer een aanvraag tot subsidieverstrekking kan dan wel moet worden ingediend; welke informatie bij de aanvraag moet worden ingediend, waarbij het bepaalde in artikel 2.1 tweede lid en derde lid in acht wordt genomen; het voorleggen van een aanvraag aan een adviescommissie of deskundigen; welke grondslagen worden gehanteerd voor de berekening van de subsidie; welke subsidievormen uitgesloten zijn; welke verplichtingen, zoals bedoeld in artikel 4:37 van de wet, zonder meer worden opgelegd; welke andere doelgerichte verplichtingen, zoals bedoeld in artikel 4:38 van de wet, worden opgelegd; verplichtingen zoals bedoeld in artikel 4.1; de termijn waarbinnen een beschikking wordt genomen; de betaling in termijnen, zoals bedoeld in artikel 4:53 van de wet dan wel in een bepaling in de wet waardoor het bepaalde in dat artikel wordt vervangen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 6.1; het verlenen van voorschotten, zoals bedoeld in artikel 4:54 van de wet dan wel in een bepaling in de wet waardoor het bepaalde in dat artikel wordt vervangen; het van toepassing zijn van (bepalingen van) afdeling 4.2.8 van de wet. 6.. Het college heeft de bevoegdheid de bestaande, door de raad op 5 juli 2001 vastgestelde Bijzondere subsidieverordeningen te wijzigen, in te trekken en te vervangen door in het eerste en vierde lid bedoelde (nadere) regels met inachtneming respectievelijk toepassing van de in het eerste, tweede en vierde lid vermelde verplichtingen en bevoegdheden. 7.. Het college kan bij het stellen van de in het eerste en vierde lid bedoelde (nadere) regels en het toepassen van de in het zesde lid vermelde bevoegdheid afwijken van de bepalingen van deze verordening. 8.. Het college neemt bij het stellen van de in het eerste en vierde lid bedoelde (nadere) regels en het toepassen van de in het zesde lid vermelde bevoegdheid in acht de in de door de raad in de vastgestelde begroting opgenomen middelen en de daarin of op andere wijze door de raad vastgestelde subsidieplafonds en kaders. 9.. Het college zendt een afschrift van de in het eerste en vierde lid bedoelde (nadere) regels en van het in het zesde lid bedoelde besluit tot wijziging, intrekking of vervanging ter kennisname naar de raad.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel