Indien daaromtrent geen bepaling is opgenomen in de in artikel 1.6 bedoelde (nadere) regels of een op grond van artikel 7.4, eerste lid, nog geldende Bijzondere subsidieverordening, kan de subsidieverlening naast de in de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de wet genoemde gevallen in ieder geval worden geweigerd, indien:
naar het oordeel van het beslissende bestuursorgaan niet wordt voldaan of zal worden voldaan aan de in artikel 1.3 vermelde algemene eisen;
de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het doel waarvoor de subsidie is aangevraagd;
de aanvrager doelstellingen en/of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met enig wettelijk voorschrift, het algemeen belang of de openbare orde;
de subsidieverlening niet past binnen het beleid, beleids- en/of gedragsregels van de gemeente;
de aanvrager ook zonder subsidie voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1
Weigeringsgronden
Onderdeel van Algemene subsidieverordening Oldenzaal 2005 met de daarbij behorende toelichting