**1..** Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening gericht op ver-plaatsen en vervoer wordt uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in en rondom de woning en in de directe woon- en leefomgeving.
**2..** Er is sprake van een uitzondering op het eerste lid indien het een bovenregionaal contact betreft, dat uitsluitend door de cliënt zelf be-zocht kan worden en dit bezoek voor de cliënt noodzakelijk is om dreigende vereenzaming te voorkomen.
**3..** Verstrekking van een maatwerkvoorziening in de vorm van een ver-voersvoorziening geschiedt via het aanbieden van Collectief Vraagaf-hankelijk Vervoer, tenzij:
aantoonbare beperkingen het gebruik van het Collectief Vraag-afhankelijk Vervoer onmogelijk maken;
vanwege een zeer beperkte loopafstand een aanvulling op het gebruik van het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer noodzake-lijk is.
**4..** Indien Collectief Vraagafhankelijk Vervoer, met inachtneming van het bepaalde in het derde lid, geen adequate voorziening is, verstrekt het college een maatwerkvoorziening in de vorm van:
een autoaanpassing in natura dan wel als pgb, of
een bedrag voor het gebruik van de (eigen) auto.
**5..** Een maatwerkvoorziening als bedoeld in het vierde lid onder a. wordt eenmaal per vijf jaar verstrekt.
**6..** Indien als gevolg van het verstrekken van een maatwerkvoorziening gericht op vervoer extra verzekeringskosten en hogere kosten in verband met de motorrijtuigenbelasting ontstaan, komen deze meerkosten niet voor vergoeding in aanmerking.
HOOFDSTUK 3 › PARAGRAAF 3.2
Artikel 21
VOORWAARDEN MAATWERKVOORZIENING GERICHT OP VERPLAATSEN EN VERVOER
Onderdeel van Nadere regels Wmo zelfredzaamheid en participatie Heerlen 2016, eerste wijziging