**1..** Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
"de wet": de Drank- en Horecawet;
"horecabedrijf": een horecabedrijf als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, van de wet;
"cafébedrijf" en "restaurantbedrijf": hetgeen daaronder wordt verstaan in respectievelijk de artikelen 3 en 6 van het Besluit vestigingseisen Drank- en Horecawet:
"horecawerkzaamheid": een werkzaamheid als bedoeld in artikel 3* eerste lid, onder c, van de wet;
"lokaliteit": hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid onder b, van het Besluit inrichtingseisen Drank- en Horecawet;
"de raad", "burgemeester en wethouders" en "de burgemeester": de Landdrost;
"gedeputeerde staten": de minister van binnenlandse zaken.
**2..** Artikel 1 van de Drank- en Horecawet is van overeenkomstige toepassing op de niet op die wet steunende bepalingen van deze verordening.
**3..** Bij de toepassing van de artikelen 13, vierde lid, 17, vierde lid en 24, tweede lid, ten aanzien van inrichtingen en besloten ruimten, gelegen in het in artikel 1 van het besluit van de minister van binnenlandse zaken van 28 juni 1967* nummer B67/1300-2, bedoelde gedeelte van het gebied van het openbaar lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders", hoort de Landdrost de krachtens voormeld besluit ingestelde commissie van advies, alvorens op een beroepschrift te beslissen.