1.
Wanneer de professional oordeelt dat er mogelijk een individuele voorziening noodzakelijk is, roept de professional deskundigheid in.
2.
Het inroepen van deskundigheid kan bestaan uit het consulteren van een deskundige en/of het organiseren van een of meerdere gesprekken met de deskundige samen met de jeugdige of zijn ouders.
3.
Wanneer na inzet van deskundigheid besloten wordt een individuele voorziening in te zetten, is, naast het verwijsformulier, ook een beschikking nodig. Hiertoe informeert de professional het college zodat een beschikking afgegeven kan worden.
4.
Wanneer de professional besluiten overweegt die betrekking hebben op de veiligheid van een kind is de professional verplicht om een gedragswetenschapper te betrekken en dit te vast te leggen. Het betreft in ieder geval besluiten om:
Wel of niet actie te ondernemen naar aanleiding van een signaal over een bedreiging van de veiligheid van een derde over een kind of van een signaal van het kind zelf;
Wel of niet professionele interventie(s) in te zetten om de bedreiging van de veiligheid van het kind op te heffen;
Wel of niet een maatregel van kinderbescherming te verzoeken om de bedreiging af te wenden c.q. de noodzakelijke hulp te kunnen bieden;
Wel of niet een (machtiging) uithuisplaatsing aan te vragen;
Wel of niet een uithuisgeplaatst kind terug naar huis te laten gaan; en
Wel of niet de bemoeienis met kind en gezin te beëindigen.
Artikel 7.
Inzet bij individuele voorziening
Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp gemeente Emmen 2016