Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Onderzoek (gesprek en verslag)

Onderdeel van Uitvoeringsregels jeugdhulp gemeente Noordenveld 2016

1.. Het onderzoek bestaat tenminste uit een gesprek met de jeugdige of zijn ouders, tenzij daarvan in overleg met de jeugdige of zijn ouders wordt afgezien. 2.. De CJG-medewerker informeert de jeugdige of zijn ouders over de gang van zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure (onderzoek, aanvraag en beschikking). 3.. De CJG-medewerker doet, voor zover nodig, onderzoek naar: a. de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige en het probleem of de hulpvraag; b. het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp; c. het vermogen van de jeugdige of zijn ouders om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag te vinden; d. de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening; e. de mogelijkheden om jeugdhulp te verlenen met gebruikmaking van een overige voorziening; f. de mogelijkheden om een individuele voorziening te verstrekken; g. de wijze waarop een mogelijk toe te kennen individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen; h. hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders. 4.. Als de jeugdige en zijn ouders een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet hebben opgesteld, wordt dat als eerste betrokken bij het onderzoek, bedoeld in het tweede lid. 5.. De uitkomsten van het onderzoek worden digitaal en/of schriftelijk vastgelegd. Daarbij wordt in ieder geval opgenomen: de hulpvraag, een verslag op hoofdlijnen van het gevoerde gesprek, de gewenste resultaten van de ondersteuning en, indien van toepassing, de aard, omvang en duur van de in te zetten jeugdhulp.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel