1.De voorzitter wordt in de eerste vergadering van elke zittingsperiode door het Algemeen
Bestuur uit zijn midden aangewezen.
Slechts één lid van het college van één van de deelnemende gemeenten kan als voorzitter worden aangewezen.
Het Algemeen Bestuur kan de voorzitter ontslag verlenen, indien deze het vertrouwen van het Algemeen Bestuur niet meer bezit.
Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt deze vervangen door een lid van het Dagelijks Bestuur, niet zijnde een extern lid van het Dagelijks Bestuur.
Hoofdstuk 7:
Artikel 22:
De voorzitter
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Uitvoeringsorganisatie Baanbrekers