1.Het Dagelijks Bestuur draagt de bedrijfsvoering en de hem opgedragen uitvoering van
wettelijke voorschriften in mandaat op aan de directeur.
In het door het Algemeen Bestuur vast te stellen directiestatuut zoals bedoeld in artikel 27 lid 4 worden de bevoegdheden van de directeur evenals de wijze waarop het Dagelijks Bestuur toeziet op de uitvoering daarvan, nader omschreven.
Het Dagelijks Bestuur stelt met in achtneming van het directiestatuut, uit een oogpunt van doelmatig en doeltreffend bestuur en de uitoefening van bevoegdheden binnen de organisatie, een mandaat-en volmachtbesluit vast.
Het in lid 1 bedoelde mandaat kan zich niet uitstrekken tot het beschikken op bezwaarschriften en tot het instellen van beroep.
Ten aanzien van de mandatering is het bepaalde in hoofdstuk 10 Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Hoofdstuk 9:
Artikel 28:
Machtiging en mandaat
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Uitvoeringsorganisatie Baanbrekers