**1..** Vóór 15 april het Dagelijks Bestuur een ontwerpbegroting op voor het volgende kalenderjaar aan de raden van de deelnemende gemeenten.
**2..** De raden van de deelnemende gemeenten hebben acht weken de tijd om hun zienswijze over de ontwerpbegroting kenbaar te maken.
**3..** Het Dagelijks Bestuur zendt uiterlijk 1 juli, de ontwerpbegroting, de opmerkingen van de raden van de deelnemende gemeenten en zo nodig een nota van wijzigingen aan het Algemeen Bestuur.
**4..** Het Algemeen Bestuur stelt de begroting vóór 15 juli vast en zendt terstond afschriften aan de besturen van de deelnemende gemeenten.
**5..** Het Dagelijks bestuur zendt de vastgestelde begroting vóór 1 augustus aan Gedeputeerde Staten.
**6..** Indien de begroting ingevolge artikel 203 van de Gemeentewet goedkeuring van Gedeputeerde Staten behoeft, wordt na ontvangst van het bericht van goedkeuring of onthouding van goedkeuring de raden der deelnemende gemeenten hiervan in kennis gesteld.
**7..** Met betrekking tot wijzigingen van de begroting is het bepaalde in de voorafgaande leden van dit artikel voor zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
**8..** De artikelen 189 en 208 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.
**9..** Af- en overschrijvingen op de posten der begroting van uitgaven kunnen geschieden voor zover daartoe bij de vaststelling of bij een afzonderlijk besluit door het Algemeen Bestuur machtiging is verleend.
**10..** De in dit artikel neergelegde procedure is niet van toepassing op die wijzigingen van de begroting, welke niet leiden tot een verhoging van de bijdrage der deelnemende gemeenten.
**11..** Jaarlijks worden, uiterlijk 1 maart, in overleg met de deelnemende gemeenten de termijnen vastgesteld voor de indiening en toezending van de stukken. De directeur van de dienst neemt hiertoe het initiatief.
Hoofdstuk 11:
Artikel 33:
Begrotingsprocedure
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Uitvoeringsorganisatie Baanbrekers