Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2015

1.. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon in-loggen op de centrale computer. 2.. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. 3.. Indien de belastingplicht bedoeld in artikel 2, onderdeel b, in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belas-ting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.. Indien de belastingplicht bedoeld in artikel 2, onderdeel b, in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aan-spraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, met dien verstande dat onthef-fing achterwege blijft indien het restitutie bedrag minder dan € 20,00 bedraagt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel