**1..** Degene die een vaste ligplaats heeft en die gebruik maakt van de haven (in de zin van artikel 1 van de Verordening) en aan wie niet op 30 april van het belastingjaar een aangiftebiljet is uitgereikt of een aanslag is opgelegd, is gehouden binnen een maand na 1 mei bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar een schriftelijk verzoek in te dienen om te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte.
**2..** De verplichting van het voorgaande lid geldt niet ten aanzien van de belastingplichtige met een vaste ligplaats, op grond waarvan over het voorgaande belastingjaar een aanslag werd opgelegd voor het tarief van die vaste ligplaats.
**3..** De in dit artikel omschreven verplichtingen gelden mede voor de in de artikelen 43 en 44 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen bedoelde personen.
Artikel 3