Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Het gesprek

Onderdeel van Nadere regels Jeugdhulp gemeente Beverwijk 2015

1.. Binnen twee weken na melding van de hulpvraag bij het college vindt een gesprek plaats met de jeugdige en/of zijn ouders. 2.. Bij het maken van de afspraak voor het gesprek brengt het college de jeugdige en zijn ouders op de hoogte van de mogelijkheid om binnen een redelijke termijn een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1. van de Jeugdwet op te stellen. Als de jeugdige of zijn ouders daarom verzoeken, draagt het college zorg voor ondersteuning bij het opstellen van een familiegroepsplan. 3.. Voor het gesprek verschaffen de jeugdige en/of zijn ouders aan het college alle gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het gesprek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. De jeugdige en/of zijn ouders geven in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op identificatieplicht ter inzage. 4.. Het college onderzoekt in het gesprek zoals bedoeld in lid 1 zo spoedig mogelijk en voor zover nodig: de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige en het probleem of de hulpvraag; het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp; het vermogen van de jeugdige of zijn ouders om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag te vinden; de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening; de mogelijkheden om jeugdhulp te verlenen met gebruikmaking van een overige voorziening; de mogelijkheden om een individuele voorziening te verstrekken; de wijze waarop een mogelijk toe te kennen individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen; hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders, en de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een Persoonsgebonden Budget (PGB), waarbij de jeugdige of zijn ouders in begrijpelijke bewoordingen worden ingelicht over de gevolgen van die keuze. 5.. Als de jeugdige en/of ouders een familiegroepsplan hebben opgesteld als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, dan betrekt het college het familiegroepsplan bij het onderzoek zoals bedoeld in lid 4 van dit artikel. 6.. In de gevallen bedoeld in artikel 8.2.1 van de Jeugdwet informeert het college de ouders dat een ouderbijdrage is verschuldigd en hoe deze bijdrage wordt geïnd. 7.. Het college informeert de jeugdige en/of zijn ouders over de gang van zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure en kan hen toestemming om hun persoonsgegevens te verwerken vragen. 8.. Het college kan, indien nodig, na het gesprek een nader onderzoek starten en hiervoor de jeugdige en/of zijn ouders verzoeken alle van belang zijnde en toegankelijke gegevens en bescheiden te verschaffen over de jeugdige en zijn situatie die tijdens het gesprek niet beschikbaar waren. 9.. Het college kan in overleg met de jeugdige en/of zijn ouders afzien van een gesprek.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel