1.Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te
hebben.
Het college weigert de vergunning wegens strijd met het bestemmingsplan.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd:
als de standplaats zelf of in verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van
redelijke welstand;
b.als door bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente
redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van een vergunning voor het
hebben van een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk
verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt.
4.Het in het eerste lid gestelde verbod geld niet als het gaat om de verkoop van ter
plaatse geoogste agrarische producten en/of ter plaatse vervaardigde agrarische
producten mits:
a.de verkoop plaatsvindt op bij de standplaatshouder in eigendom of beheer zijnde
terrein;
er geen overlast ontstaat;
de uitstalling voldoet aan redelijke eisen van welstand;
de verkeersvrijheid en -veiligheid niet in het geding is;
er geen sprake is van bouwwerken als bedoeld in de Woningwet;
de verkoop niet in strijd is met het geldende bestemmingsplan of andere regelgeving;
de standplaats niet groter is dan 4 m2.
Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Wegenverordening Gelderland 2010.
De weigeringsgrond in het tweede lid, onder a, geldt niet voor bouwwerken.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5:18
Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
Onderdeel van Beleidsregels standplaatsen gemeente Berkelland 2016