Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3 › AFDELING 2 › Paragraaf 2

Artikel 3:10

Artikel 3:10

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Heerlen 2012

Weigeringsgronden Het bevoegd orgaan weigert de vergunning indien: a.naar zijn oordeel door de aanwezigheid van de horeca-inrichting het woon- en leefklimaat in de naaste omgeving op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Bij de toepassing van dit criterium wordt door het bevoegd orgaan rekening gehouden met het karakter van de straat en van de wijk waarin de horeca-inrichting is gelegen of zal komen te liggen, alsmede met de aard van de horeca-inrichting. Voorts betrekt het bevoegd orgaan in de beoordeling van de aanvraag de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds bloot staat of bloot zal komen te staan; de vestiging of exploitatie strijd oplevert met het geldende bestemmingsplan dan wel met een geldende leefmilieuverordening; de horeca-inrichting niet voldoet aan de inrichtingseisen, als bedoeld in artikel 3:15 van deze afdeling, tenzij een ontheffing als bedoeld in artikel 3:16 is verleend; de ondernemer(s) c.q. diegene(n) die de rechtspersoon rechtsgeldig vertegenwoordigt(/en) een horeca-inrichting heeft/hebben geëxploiteerd die evenwel op grond van (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde binnen drie jaar voor de aanvraag gesloten is geweest; er naar zijn oordeel sprake is van een concentratie van horeca-inrichtingen in een bepaald gebied, waardoor het gevaar voor aantasting van de openbare orde of het woon- en leefklimaat cumulatief toeneemt; de horeca-inrichting gevestigd is in de onmiddellijke nabijheid van bedrijven of winkels met een dusdanig andere bezoekersgroep, dat de ontmoeting tussen de verschillende bezoekersgroepen openbare orde-problemen tot gevolg heeft of tot gevolg kan hebben; redelijkerwijze moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet m et het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; leidinggevende(n) van de in artikel 3:3, onder A, sub 2 en 3 bedoelde horeca-inrichtingen de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt; door de leidinggevende(n) en/of ondernemer(s) c.q. diegene(n) die de rechtspersoon rechtsgeldig vertegenwoordigt(/en) niet wordt voldaan aan de eisen die bij of krachtens , tweede lid sub a en b, en derde lid van de Drank- en Horecawet worden gesteld; het gebruik van de horeca-inrichting in strijd is met artikel 2.11.1, eerste lid, dan wel artikel 2.12.1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken; voor de horeca-inrichting geen melding is gedaan als bedoeld in artikel 1.10 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel