Sluiting
Het bevoegde orgaan kan de sluiting, al dan niet voor een bepaalde termijn, van de horeca-inrichting bevelen indien:
de ondernemer(s) in strijd handelt/handelen met het bepaalde in 3:4 van deze verordening;
gehandeld wordt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;
de exploitatie van een horeca-inrichting op een zodanige wijze plaatsvindt dat het woon- en leefklimaat in de naaste omgeving op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed dan wel de vrees bestaat voor een ernstige aantasting van het woon- en leefklimaat. Tot dit bevel wordt, behoudens spoedeisende gevallen, niet overgegaan alvorens de ondernemer(s) schriftelijk is/zijn gewaarschuwd en in de gelegenheid is/zijn gesteld te worden gehoord.
Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door Opiumwet.
De sluiting wordt geacht openbaar bekend te zijn, zodra een afschrift van het bevel tot sluiting op of nabij de toegang of de toegangen van de horeca-inrichting is aangebracht.
Zolang het bevel tot sluiting van kracht is, is het verboden bezoekers tot de horeca-inrichting toe te laten of daarin te laten verblijven.
Zolang het bevel tot sluiting van kracht is, is het verboden deze als bezoeker te betreden of daarin als bezoeker te verblijven.
De sluiting kan op verzoek van belanghebbende(n) door het bevoegd orgaan worden opgeheven wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid zal plaatsvinden.
HOOFDSTUK 3 › AFDELING 2 › Paragraaf 5
Artikel 3:20
Artikel 3:20
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Heerlen 2012