Veroorzaken en voorkomen van gladheid
Het is verboden bij vorst of dreigende vorst water op de weg te werpen, uit te storten of te laten lopen.
Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder 4, van het of artikel 5 van de .
De gebruiker, of indien er geen gebruiker is, de eigenaar van een gebouw is verplicht het gedeelte van het feitelijk voor voetgangers bestemde weggedeelte dat zich voor of langs het perceel, waarop dit gebouw is gelegen, uitstrekt, zo spoedig mogelijk na sneeuwval ter breedte van een meter sneeuwvrij te maken dan wel gladheid op dit weggedeelte te bestrijden.
Indien er meerdere rechthebbenden op het gebruik van enig bebouwd perceel zijn, rust de in het derde lid vermelde verplichting op de rechthebbende(n) van het op of nagenoeg op de begane grond en het dichtst bij de weg gelegen perceelsgedeelte.
HOOFDSTUK 2 › AFDELING 6
Artikel 2:13
Artikel 2:13
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Heerlen 2012