Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › AFDELING 7

Artikel 2:24

Artikel 2:24

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Heerlen 2012

Evenement Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren, toe te laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een klein evenement, indien: het aantal personen dat tegelijkertijd aanwezig is niet meer bedraagt dan 250; het evenement tussen 09.00 en 24.00 uur plaats vindt, met dien verstande dat op vrijdag of zaterdag aangevangen evenementen mogen eindigen om 01.30 uur van de volgende dag; geen muziek ten gehore wordt gebracht 1° op maandag tot en met zaterdag: vóór 09.00 uur en na 22.00 uur, 2° op zondag: vóór 13.00 uur en na 22.00 uur;; het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 70 dB(A) op de gevels van omringende woningen niet wordt overschreden; het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; een eventueel te plaatsen tent geen grotere oppervlakte heeft dan 100 m vierkante meter; een eventueel te plaatsen podium niet hoger is dan 1,0 meter en geen eigen overkapping heeft; er een organisator is; wordt gehandeld in overeenstemming met de in het vijfde lid bedoelde voorschriften; de organisator minimaal vier weken voorafgaande aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. De burgemeester kan binnen twee weken na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. De burgemeester is bevoegd categorieën evenementen aan te wijzen waarop het tweede lid niet van toepassing is. De burgemeester is bevoegd in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu voorschriften te verbinden aan het organiseren van een evenement, waarvoor op grond van het tweede lid geen vergunning is vereist. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor de in het tweede lid, onder d van artikel 2:23 voorziene gevallen, voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto artikel 148 Wegenverkeerswet 1994. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel