Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:68 tot en met 4:72 van de Awb dient subsidieontvanger de volgende verplichtingen in acht te nemen:
uiterlijk vier maanden na afloop van de eerste twee jaren van een vierjarig subsidietijdvak, dient de subsidieontvanger bij het college een tussenrapportage in, waarin deze rapporteert in hoeverre de in de subsidiebeschikking genoemde activiteiten heeft gerealiseerd (activiteitenverslag), een en ander onder overlegging van een financiële verantwoording;
in afwijking van het in lid 1 genoemde, kan het college bepalen dat jaarlijks een activiteitenverslag en financiële verantwoording moet worden overlegd;
het college kan, indien daartoe naar aanleiding van de tussenrapportage aanleiding bestaat, de subsidie intrekken of ten nadele van subsidieontvanger wijzigen, een en ander conform het bepaalde in artikel 4:48 van de Awb;
uiterlijk vier maanden na afloop van het vierjarig subsidietijdvak, rapporteert de subsidieontvanger in hoeverre deze de in de subsidiebeschikking genoemde activiteiten heeft gerealiseerd, een en ander onder overlegging van een financiële verantwoording;
het college kan toestaan dat van het bepaalde in de vorige leden wordt afgeweken.
HOOFDSTUK 2
Artikel 11
Verplichtingen van de subsidieontvanger
Onderdeel van Algemene subsidieverordening