Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Reikwijdte verordening

Onderdeel van Algemene subsidieverordening

1. Deze verordening is de grondslag voor het verstrekken van subsidies voor activiteiten op de volgende deelbeleidsterreinen: sport; kunstbeoefening door amateurs en kunstzinnige vorming; kunst, cultuur en musea; zorg; jeugd en jongeren; ouderen; integratie; peuterspeelzalen; vorming en educatie; lokaal onderwijs; informatievoorziening en media; vrijwilligerswerk; lokale belangenbehartiging; jumelages; recreatie- en toerisme; promotie van de kernen; Naast deze deelbeleidsterreinen zijn er enkele bijzondere subsidiemethoden, die binnen diverse deelbeleidsterreinen toegepast kunnen worden. Het college is bevoegd voor de onderstaande subsidiemethoden nadere beleidsregels vast te stellen, met inachtneming van de door de raad vastgestelde beleidskaders: evenementensubsidie; subsidie jubilea; sportstimuleringssubsidie; startsubsidie; accommodatiehuursubsidie; stimuleringsbijdrage deskundigheidsbevordering vrijwilligers; jeugdledensubsidie; subsidie gehandicapten(sport)verenigingen; waarderingssubsidie incidentele subsidie prestatiesubsidie. Het college kan voor de in lid 1 genoemde deelbeleidsterreinen beleidsregels vaststellen, dit met inachtneming van de door de raad vastgestelde beleidskaders. 3. De in lid 2 bedoelde beleidsregels bepalen tenminste: voor welke activiteiten subsidie mogelijk is; wat de grondslagen zijn voor de berekening van de subsidie; welke, eventuele, specifieke voorschriften bij het vaststellen van subsidie van toepassing zijn; de uitleg en toepassing van deze verordening; de wijze waarop het voor subsidie ten hoogste beschikbare bedrag (subsidieplafond) wordt verdeeld;

Rechtspraak bij dit artikel