**1..** Voor zover niet anders is bepaald in de betreffende beleidsregels, dient een aanvraag uiterlijk vóór 1 juli van het jaar voorafgaande aan het subsidietijdvak waarvoor subsidie wordt gevraagd, schriftelijk te worden ingediend bij het college, overeenkomstig een door het college vastgesteld formulier.
**2..** Bij de aanvraag dient een activiteitenplan te worden overlegd als bedoeld in artikel 1.
**3..** Een tussentijdse aanvraag, ingediend gedurende het vastgestelde subsidietijdvak, dient in ieder geval voor 1 april van het jaar voorafgaand aan het eerste jaar van het resterende deel van het subsidietijdvak te worden ingediend, dit onder overlegging van een activiteitenplan als bedoeld in artikel 1.
**4..** Bij een eerste aanvraag om subsidie dient aanvrager, voor zover artikel 4:64 van de Awb niet van toepassing is, de volgende bescheiden te overleggen:
een exemplaar van de oprichtings- of stichtingsakte dan wel van de statuten zoals die laatstelijk zijn gewijzigd, respectievelijk een exemplaar van het huishoudelijk reglement;
een opgave van de bestuurssamenstelling;
een overzicht van de financiële positie van de aanvrager;
een overzicht van afgesloten, relevante verzekeringen.
5. Het college kan afwijken van het bepaalde in lid 3.
**6..** Het college kan:
modellen vaststellen voor de te overleggen gegevens en/of bescheiden;
binnen een door haar te bepalen termijn overlegging eisen van andere bescheiden of anderszins nadere informatie verlangen, indien zij dat noodzakelijk acht voor een goede beoordeling van de subsidieaanvraag;
per deelbeleidsterrein nadere voorschiften stellen met betrekking tot de eisen waaraan activiteitenplannen en financiële bescheiden moeten voldoen.