Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 8

De aanvraag

Onderdeel van Algemene subsidieverordening

1.. Voor zover niet anders is bepaald in de betreffende beleidsregels, dient een aanvraag uiterlijk vóór 1 juli van het jaar voorafgaande aan het subsidietijdvak waarvoor subsidie wordt gevraagd, schriftelijk te worden ingediend bij het college, overeenkomstig een door het college vastgesteld formulier. 2.. Bij de aanvraag dient een activiteitenplan te worden overlegd als bedoeld in artikel 1. 3.. Een tussentijdse aanvraag, ingediend gedurende het vastgestelde subsidietijdvak, dient in ieder geval voor 1 april van het jaar voorafgaand aan het eerste jaar van het resterende deel van het subsidietijdvak te worden ingediend, dit onder overlegging van een activiteitenplan als bedoeld in artikel 1. 4.. Bij een eerste aanvraag om subsidie dient aanvrager, voor zover artikel 4:64 van de Awb niet van toepassing is, de volgende bescheiden te overleggen: een exemplaar van de oprichtings- of stichtingsakte dan wel van de statuten zoals die laatstelijk zijn gewijzigd, respectievelijk een exemplaar van het huishoudelijk reglement; een opgave van de bestuurssamenstelling; een overzicht van de financiële positie van de aanvrager; een overzicht van afgesloten, relevante verzekeringen. 5. Het college kan afwijken van het bepaalde in lid 3. 6.. Het college kan: modellen vaststellen voor de te overleggen gegevens en/of bescheiden; binnen een door haar te bepalen termijn overlegging eisen van andere bescheiden of anderszins nadere informatie verlangen, indien zij dat noodzakelijk acht voor een goede beoordeling van de subsidieaanvraag; per deelbeleidsterrein nadere voorschiften stellen met betrekking tot de eisen waaraan activiteitenplannen en financiële bescheiden moeten voldoen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel