Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Eisen en voorwaarden bij uitstallingen:

Onderdeel van Nadere regels OOR 2016

De houder: plaatst de uitstalling voor zijn bedrijfspand; plaatst geen uitstalling die breder is dan het bedrijfspand; plaatst de uitstalling op een diepte van maximaal 1.50 meter, gemeten vanuit de gevel van het bedrijfspand; houdt bij het plaatsen van de uitstalling een minimale doorgang vrij van: 3,50 meter breedte bij een hoogte van 4,20 meter voor hulpverleningsvoertuigen en 1,50 meter voor voetgangers, op het voor voetgangers bedoelde gedeelte van de weg; plaatst de uitstalling alleen tijdens de openingstijden van het bedrijfspand op de weg; plaatst de uitstalling niet voor, tegen of op brandkranen, bomen, blindegeleidelijnen of andere voor de openbare dienst bestemde voorwerpen; plaatst maximaal twee uitstallingen per klanteningang van zijn bedrijfspand; verkoopt geen producten vanuit de uitstalling; plaatst de uitstalling niet in of voor: portieken met toegangen tot woningen nooduitgangen. reinigt of laat de weg reinigen als de weg als gevolg van het uitstallen is verontreinigd;

Rechtspraak bij dit artikel