Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting

1. Ter zake van vaartuigen met een vaste ligplaats voor 3 maanden en langer wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen: a.het aantal personen dat verblijf heeft gehouden, bepaald op: 2,6 bij een pleziervaartuig met een lengte tot 7 meter; 3,2 bij een pleziervaartuig met een lengte van 7 meter en meer, doch tot 10 meter; 3,8 bij een pleziervaartuig met een lengte van 10 meter en meer, doch tot 15 meter; tweederde van het aantal slaapplaatsen bij zeilende bedrijfsvaartuigen. b. het aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden bepaald op: 22 voor pleziervaartuigen met een lengte tot 7 meter; 26 voor pleziervaartuigen met een lengte van 7 meter en meer, doch tot 15 meter, alsmede voor zeilende bedrijfsvaartuigen. 2. Ter zake van vaartuigen met een vaste ligplaats voor korter dan drie maanden wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen: a.het aantal personen dat verblijf heeft gehouden bepaald overeenkomstig het gestelde in het eerste lid, onder a; b. het aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden bepaald op: 3 voor pleziervaartuigen met een lengte tot 15 meter met een ligplaats uitgegeven voor een week; 8 voor pleziervaartuigen met een lengte tot 7 meter met een ligplaats uitgegeven voor 1 maand; 9 voor vaartuigen met een lengte van 7 meter en meer doch tot 15 meter met een ligplaats uitgegeven voor 1 maand.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel