Spreekrecht burgers
Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken meldt dit uiterlijk voor 12.00 uur op de dag van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp of onderwerpen waarover hij het woord wil voeren. De voorzitter kan, indien de commissie daarmede instemt, niet-aangemelde sprekers het woord laten voeren.
Bij de behandeling van ieder agendapunt stelt de voorzitter de toehoorder, die een daartoe strekkend verzoek bij de griffier heeft ingediend, in de gelegenheid het woord te voeren over het aan de orde zijnde agendapunt. In de commissies kan ook worden ingesproken over niet-geagendeerde zaken. Dit kan bij het speciaal daarvoor opgevoerde agendapunt ‘Spreekgelegenheid voor het publiek’.
Het woord kan niet gevoerd worden:
over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan;
over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend;
over de agendapunten ‘Vaststellen agenda’ en ‘Rondvraag’.
De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering.
Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd, die een maximum kent van 30 minuten, evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.
De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter of een lid van de raadscommissie doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.
Hoofdstuk IV VERGADERINGEN › Paragraaf 2 Orde der vergadering
Artikel 17
Artikel 17
Onderdeel van Verordening op raadscommissies 2007