Naar hoofdinhoud
1.. Het voor het geven van godsdienst- of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs aangewezen personeel onthoudt zich ervan iets te doen of toe te laten, wat strijdig is met de eerbied, verschuldigd aan de overtuiging van andersdenkenden. 2.. De in het eerste lid bedoelde personen gedragen zich overeenkomstig de aanwijzingen van de directeur van de school. 3.. De in het eerste lid bedoelde personen verstrekken desgevraagd alle gewenste inlichtingen aan burgemeester en wethouders, aan het bestuur van de school en aan de directeur van de school.

Rechtspraak bij dit artikel