Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Verblijfsverbod veiligheidsring 2

Onderdeel van Koningsdagverordening 2016

1.. Het is een ieder verboden zich te bevinden op een openbare plaats of openbaar water binnen de tweede veiligheidsring of een in de tweede veiligheidsring gelegen gebouw, bouwwerk, vaartuig, (woon) boot of ander object te betreden danwel zich daarin te bevinden, gedurende de periode dat door of vanwege het bevoegd gezag hekken of andere middelen ter afzetting van de veiligheidsringen zijn geplaatst of aangebracht. 2.. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet: voor leden van de Koninklijke familie; voor personen die deel uitmaken van de hofhouding van de Koninklijke familie; voor bestuurlijke ambtsdragers die de Koninklijke familie vergezellen; in geval van een calamiteit, en onder begeleiding van de politie, voor niet –geaccrediteerde hulpverleners alsmede vertegenwoordigers van nutsbedrijven wier aanwezigheid dringend vereist is; voor personen die beschikken over een accreditatiepolsband en een geldig identiteitsbewijs, met dien verstande dat kinderen tot 14 jaar alleen hoeven te beschikken over een accreditatiepolsband en dienen te worden begeleid door minimaal één volwassene die voldoet aan het gestelde in deze bepaling. 3.. De in het tweede lid onder e genoemde personen die beschikken over een accreditatiepolsband zijn verplicht deze op eerste vordering, zo nodig tezamen met een geldig identiteitsbewijs, te tonen aan de met het toezicht op de naleving van deze verordening belaste ambtenaren.

Rechtspraak bij dit artikel