Naar hoofdinhoud
Zittingsduur en schorsing van leden De leden van het periodiek overleg hebben in beginsel zitting voor de duur van 4 jaar. Deze zittingsduur wordt telkens met een periode van 2 jaar stilzwijgend verlengd, met een maximum van 8 jaar. De verlenging met twee jaar vindt niet plaats indien er geschikte kandidaten op de wachtlijst staan. Het lidmaatschap eindigt: op verzoek van het lid dan wel de wettelijk vertegenwoordiger; als de zittingsduur is verlopen en het lid niet voor verlenging in aanmerking komt; indien het lid dan wel de wettelijk vertegenwoordiger wordt geschorst; indien het lid 3 maanden of langer geen geïndiceerde meer is. Tot schorsing van een lid dan wel de wettelijk vertegenwoordiger wordt overgegaan indien het lid handelt in strijd met deze verordening, herhaaldelijk verwijtbaar verzuimt deel te nemen aan vergaderingen, spreekt namens het periodiek overleg zonder een machtiging daartoe, bij schending van de expliciet afgesproken geheimhouding of bij herhaaldelijke verstoring van de vergaderorde. Schorsing vindt plaats nadat het betreffende lid dan wel de wettelijk vertegenwoordiger in de gelegenheid is gesteld zijn of haar visie kenbaar te maken. Van het voornemen van het periodiek overleg een lid dan wel de wettelijk vertegenwoordiger te schorsen wordt het Dagelijks Bestuur vooraf in kennis gesteld. De voorzitter heeft zitting voor de duur van 4 jaar. Deze zittingsduur kan tweemaal worden verlengd.

Rechtspraak bij dit artikel