Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Bevoegdheid college

Onderdeel van Verordening Ibb Starterslening gemeente Den Haag

1.. Het college is bevoegd, met inachtneming van het bepaalde in deze verordening, een IbbStarterslening toe te kennen. 2.. Het college stelt de hoogte van de Starterslening vast op € 30.000,- per woning, met dien verstande dat de hoogte van de Starterslening maximaal 40% bedraagt van de verwervingskosten De totale verwervingskosten kunnen niet meer bedragen dan het maximale bedrag volgens de, op het moment van offreren van de IbbStarterslening, geldende actuele NHG normen. Bovengenoemd bedrag en percentage kunnen door het college per project worden bijgesteld. 3.. De IbbStarterslening kan niet worden verstrekt indien Koopsubsidie BEW+ en/of een ander koopinstrument, (rente)kortings- of financiële regeling is toegekend. 4.. Het college wijst, zonodig op advies van SVn, een aanvraag IbbStarterslening af, in geval er sprake is van stapeling met andere koopinstrumenten, (rente)kortings- of financiële regelingen, die strijdig zijn met de IbbStarterslening en/of de belangen aantasten van aanvrager, NHG of eerste geldverstrekker. 5.. Zowel de eerste hypotheek als de IbbStarterslening moeten worden verstrekt met NHG. Tot zekerheid voor de verplichtingen uit hoofde van de Regeling “Ik bouw betaalbaar” wordt een derde hypotheek gevestigd ten behoeve van de gemeente. 6.. Het college kan aan de toekenning van IbbStartersleningen nadere voorschriften verbinden. Bij het toekennen van een IbbStarterslening verbindt het college in elk geval de voorwaarde dat uitbetaling van de IbbStarterslening geschiedt door middel van een bouwdepot aan de hand van de laatste factuur of facturen die tijdens de bouw aan de Aanvrager worden uitgereikt. Dat betekent dat de Aanvrager eerst zijn eigen middelen en hypothecaire geldlening van zijn eerste hypotheekverstrekker zal moeten inzetten voor de verwerving van zijn nieuw te bouwen woning.

Rechtspraak bij dit artikel