Als belangrijke uitgangspunten voor het vergoeden van voorzieningen aan burgemeester en wethouders zijn te noemen:
bij uitgaven voor voorzieningen aan burgemeester en wethouders gaat het uitsluitend om functionele kosten om het ambt te kunnen vervullen. Er moet een directe relatie zijn tussen de uitgave en de taken van de gemeente;
de functionaliteit van de uitgave moet aantoonbaar zijn of ten minste aannemelijk worden gemaakt;
als met de uitgave geen duidelijk belang van de gemeente is gediend, blijven de kosten voor eigen rekening;
kosten die de burgemeester of wethouders maken uit hoofde van een (q.q.-)nevenfunctie, worden vergoed door de instantie waar de nevenfunctie wordt uitgeoefend;
voorzieningen en bestuurskosten worden zo veel mogelijk direct door de gemeente zelf betaald. Burgemeester en wethouders dienen alleen bij hoge uitzondering zelf een declaratie in;
burgemeester en wethouders dienen verantwoord om te gaan met publieke middelen. Verantwoording van kosten – en openheid daarover – is essentieel. Daarbij moet altijd worden beoordeeld of de uitgave in hoogte of soort ook in de openbaarheid kan worden gemotiveerd. Soberheid is en blijft de norm.
Dienstreis algemeen en kosten verplaatsing met de auto